Runners info

Aërobe drempels

  • Aërobe drempel (±2 mmol/l): Onder deze drempel wordt de energiebehoefte van de spier nog grotendeels door de aërobe stofwisseling verwerkt.
  • Aëroob-anaërobe gebied (±2-4 mmol/l): De energielevering in dit gebied is zowel aëroob als anaëroob. Melkzuurvorming neemt toe naar mate er sneller gelopen wordt. De toename van de melkzuurvorming kan nog grotendeels elders in het lichaam geneutraliseerd worden.
  • Anaërobe drempel ( ±4 mmol/l): Voorbij deze grens zal de verzuring snel toenemen.

Het lichaam heeft enkele stofwisselingssystemen tot zijn beschikking om energie voor (sport)inspanningen te leveren. Bij duursporten zijn de meest belangrijke de aerobe stofwisselingssystemen. Het meest gebruikte systeem zet met behulp van ingeademde zuurstof (vandaar de term aeroob) glucose om in energie, water en kooldioxide. Dit aerobe systeem kan de vraag naar energie aan tot een bepaald intensiteitniveau. Boven dat niveau is de hoeveelheid gevraagde energie (binnen een bepaalde tijdseenheid) groter dan het aerobe systeem kan leveren.

Om toch aan de gevraagde energiebehoefte te kunnen voldoen, zal het lichaam dan in toenemende mate zijn toevlucht nemen tot anaerobe stofwisselingssystemen. Deze anaerobe systemen hebben als voordeel dat zij sneller energie kunnen leveren dan het aerobe systeem, en dat zij dat kunnen doen in afwezigheid van zuurstof (vandaar de term anaeroob).

Nadeel van de anaerobe systemen is dat de omzetting van glucose niet volledig is. Dit wil zeggen dat glucose niet volledig wordt afgebroken tot water en kooldioxide, maar tot bijvoorbeeld melkzuur ofwel lactaat. Dit melkzuur is een reststof van de anaerobe omzetting en het lichaam kan daar op dat moment verder weinig meer mee dan afvoeren naar de lever. Bij hoge intensiteiten hoopt melkzuur zich op in de spieren, en men vermoedt dat de 'verzuring' die optreedt in de spieren bij hoge inspanningen te maken hebben met melkzuurophoping in de spieren.

Bij elke sportintensiteit hoort een bepaalde energiebehoefte. Bij de anaerobe drempel (AND) is de zuurstofopname nog net toereikend om (via de aerobe systemen) in de energiebehoefte te voorzien. De ademhaling is al behoorlijk snel en diep. De anaerobe energiesystemen worden door het lichaam nog nauwelijks aangesproken.

Voor duursporters is het zaak om zo veel mogelijk en zo lang mogelijk gebruik te maken van de aerobe stofwisselingssystemen. Verbetering van het aerobe stofwisselingssysteem van glucose is één van de belangrijkste doelstellingen van de training. Immers: hoe langer je daarvan gebruik kunt maken, en hoe beter dit systeem werkt, des te langer en sneller kun je een duurprestatie leveren. Duurtrainingen zijn bedoeld om het aerobe stofwisselingssysteem en de glucose-opslag en -transport lang en efficiënt aan te kunnen spreken. Intensievere trainingen zijn er ondermeer op gericht om de AND naar boven te verleggen, zodat je met gebruikmaking van de aerobe systemen tóch een hogere snelheid kunt bereiken. Om te bepalen of de AND in een bepaalde trainingsperiode inderdaad wordt verlegd, kan men gebruik maken van verschillende testmethoden, zoals oa. de lactaattest.

De lactaat test kan zowel in het lab als 'in het veld' worden uitgevoerd. Bij de lactaattest wordt bij verschillende intensiteitniveaus een beetje bloed afgenomen. In dat bloed wordt het gehalte aan lactaat (melkzuur) bepaald.

  • Lage lactaatwaarden (kleiner dan 2 mmol/liter) in het bloed duiden op een lage inspanningsintensiteit; het lichaam maakt nog in overwegende mate gebruik van de aerobe stofwisselingssystemen.
  • Bij toenemende intensiteit van de inspanning zullen de spieren meer gebruik gaan maken van anaerobe systemen, en zal door het toenemende uitstoten van lactaat in het bloed de concentratie toenemen. Lactaatafvoer via het bloed is dan nog in evenwicht met de opname in de lever en vervolgens de verwerking ervan.
  • Bij verder toenemende intensiteit is op een bepaald moment de lever niet meer voldoende in staat om het gevormde lactaat op te nemen voor verdere verwerking. Het lactaat hoopt zich op in het bloed. Dit wordt geassocieerd met het gevoel van 'verzuring'. Het punt waarop de lactaatcurve fors begint te stijgen, noemt men het omslagpunt en wordt geassocieerd met de anaerobe drempel (AND).