Loopschoenen

Slijtage:

Oude hardloopschoenen geven een goede indruk over iemands looppatroon. De stand van het bovenwerk en de tussenzool en de slijtage van het bovenwerk en de buitenzool is daarbij van belang.

Slijtage van de buitenzool

Het is normaal als de buitenzijde van de hak slijt. Dit komt omdat men als eerste de buitenzijde van de hak belast tijdens de landingsfase (dit is bij 80 % van de hardlopers het geval, de resterende 20% landt op de voorvoet of middenvoet). Onder de voorvoet slijt de buitenzool symmetrisch vanuit het midden omdat bij de afzetfase met een vrijwel vlakke voorvoet wordt afgezet. Slijtage over de gehele buitenzijde van de buitenzool geeft aan dat men gesupineerd (op de buitenkant van de voet met de zool inwaarts gedraaid) is geland en gesupineerd heeft afgezet. Slijtage aan de binnenzijde onder de voorvoet geeft aan dat men teveel geproneerd heeft afgezet.

De stand van het bovenwerk.

Een nieuwe schoen behoort wanneer men deze van achter bekijkt recht te staan. Een denkbeeldige middenlijn van de schoen moet loodrecht op de onderlaag staan. Bij langdurig gedragen schoenen kan deze denkbeeldige middenlijn naar binnen of naar buiten zijn verplaatst. Dit doet vermoeden dat de sporter respectievelijk geoverproneerd of gesupineerd heeft gelopen op deze schoenen. Het bovenwerk is over de tussenzool van de schoen gaan hangen.

De stand van de tussenzool.

De tussenzool heeft over de hele breedte dezelfde hoogte. Na vele kilometers de schoenen gedragen te hebben wordt het dempende materiaal van de tussenzool zachter. Met als gevolg dat niet alleen de dempende waarde van de tussenzool afneemt maar vooral de stabiliteit. Hierdoor is dan ook zichtbaar dat de binnenzijde of de buitenzijde van de tussenzool lager is geworden. Dit is tevens een aanwijzing dat men geoverproneerd of gesupineerd met de schoenen hardgelopen heeft.

Bron: faber.kuleuven.be