Loopblessures

Fasciits plantaris

Inleiding

De meest voorkomende oorzaak van hielklachten is fasciits plantaris oftewel een tendinopathie ( peesaandoening) van de fascia plantaris.

De fascia plantaris is een peesplaat die het hielbeen met de bal van de voet verbindt. Deze peesplaat helpt de voet te stabiliseren en de tenen te buigen. Een ontsteking of overbelasting van de peesplaat gaat vaak gepaard met pijn onder de hiel tijdens belasting ( lopen, hardlopen, lang staan) en in een later stadium ook met pijn in rust.

Een tendinopathie van de fascia plantaris komt het meest voor bij vrouwen tussen de 40 en 60 die aan overgewicht lijden of in het algemeen bij mensen die voor hun werk veel moeten staan en lopen.

In de literatuur wordt de tendinopathie van de fascia plantaris ook genoemd als een veel voorkomende hardloopblessure die maar liefst bij 7-10% van alle hardlopers voorkomt.

Een tendinopathie van de fascia plantaris wordt vaak ten onrechte ook hielspoor genoemd.

Een hielspoor is een extra aangroeisel van bot aan het hielbeen en kan hielpijn veroorzaken maar is niet altijd de oorzaak van de tendinopathie. Een hielspoor wordt vastgesteld op basis van een röntgenfoto.

Symptomen

De klachten die horen bij een tendinopathie van de fascia plantaris bestaan uit pijn aan de onderkant van de hiel. Vaak is de pijn ’s morgens het hevigst en neemt deze overdag in hevigheid af. Bij de atleet ontstaan de eerste pijnklachten vaak na een wedstrijdloop of zware training. Ook de atleet klaagt in eerste instantie over ochtendstijfheid en ochtendpijn. Bij verergering ontstaat ook in rust een branderige pijn onder de hiel. Provocerende bewegingen zijn het hardlopen, lang staan, op de tenen lopen en traplopen.

Door rust verdwijnen de klachten, maar bij sporthervatting kunnen deze vrij snel opnieuw optreden, indien niets aan de oorzaken wordt gedaan.

Oorzaken

Factoren die een mogelijke rol spelen bij het ontstaan van een tendinopathie in de fascia plantaris worden verdeeld in interne en externe oorzaken.

Interne oorzaken zijn b.v.afgenomen lengte van de kuitspieren, te zwakke kuitspieren, overgewicht, O-benen, X-benen, platvoeten, holvoeten, overpronatie van de voet, verminderde bewegelijkheid in de enkel, knie en heup.

Externe factoren zijn b.v.overbelasting door te snelle toename van de duur en/of intensiteit van de training of heuveltraining, trainen op verharde weg, dragen van schoeisel met te weinig schokdemping of schoeisel met te veel of te weinig stabiliteit, het ontbreken van een voldoende steun onder de voet bij een doorgezakt voetgewelf.

Therapie

Voor het toepassen van een adequate therapie is het van belang de oorzaak van de klacht goed in kaart te brengen. De therapie kan bestaan uit reductie van de trainingsomvang of rust gecombineerd met alternatieve training ( zwemmen, fietsen..). Cryotherapie ( ijs) kan in eerste instantie gebruikt worden om de pijn te verminderen, daarnaast kunnen rekoefeningen en/ of krachtoefeningen voor de kuitspieren worden toegepast. Afhankelijk van de oorzaak van de klacht kan het zinvol zijn een loopanalyse te ondergaan om het looppatroon te analyseren en eventuele overpronatie op te sporen. Deze kan eventueel door middel van een ander loopschoen of supplementen worden beinvloed. In sommigen gevallen, bij therapieresistente klachten b.v., kan een nachtspalk of een speciale tape worden voorgeschreven. Een nieuwe methode van behandelen is schockgolf – therapie

Preventie

Een verantwoorde opbouw van de looptraining is essentieel. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de intensiteit en frequentie van de training en het oppervlak waarop wordt getraind. Adequaat schoeisel is zeer belangrijk ( kijk preventie shin splints en lopers knie) bij het voorkomen van een tendinopathie van de fascia plantaris. Verder is voldoende kracht en soepelheid in de kuitspieren van belang bij het voorkomen van hielpijn.