Loopblessures

Shin Splints

De term shinsplints , ook wel “tibiaal stresssyndroom” genoemd wordt voor vele aandoeningen gebruikt. Hierdoor ontstaat nogal eens verwarring over deze blessure. Shin splints moet men zien als een syndroom, bestaande uit verschillende symptomen die per persoon kunnen verschillen. Bij een klassieke shin splints bestaat er een ontstekingsreactie van het botvlies (periost) van het scheenbeen (tibia) en de musculus tibilis posterior. Deze spier heeft een belangrijke functie bij het instandhouden van het mediale voetgewelf.

Symptomen

De patiënt klaagt meestal over pijn tijdens of na inspanning. De pijn treedt voornamelijk op aan de binnenkant van het onderste deel van het scheenbeen. Meestal is er sprake van lokale drukpijn op het scheenbeen of het onderste deel van de pees van de tibialis posterior.

Oorzaken

Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen interne en externe oorzaken. Interne oorzaken hebben betrekking op de anatomie en de biomechanica van de persoon, externe oorzaken zijn buiten de persoon gelegen.

Voorbeelden van interne oorzaken zijn: platvoeten, holvoeten, instabiele enkelgewrichten, O-benen, beenlengteverschil, verminderde beweeglijkheid van de enkel en de voet, spierverkorting of onvoldoende kracht van de kuitspieren.

Voorbeelden van externe oorzaken zijn: lopen op een andere parcours (bv. heuvels in plaats van vlak) of een andere ondergrond (asfalt in plaats van bosgrond), te snelle trainingsopbouw, veranderingen in de trainingsbelasting (intensiteit, omvang, frequentie), verkeerde of te oude loopschoenen met onvoldoende stabiliteit en schokdemping.

Therapie

Voor het toepassen van een adequate therapie dient men eerst de oorzaak van de klacht goed in kaart te brengen. De therapie kan bestaan uit rekoefeningen voor met name de diepe kuitspier (rekken met gebogen knie), massage van de diepe kuitspieren, opheffen van eventuele bewegingsbeperkingen in de enkel of de voet, een oefenprogramma gericht op de verbetering van spierkracht van voet en kuitspieren en de coördinatie rond het enkelgewricht. De therapie kan gecombineerd worden met het tijdelijk verminderen of aanpassen van de loopbelasting en het uitoefenen van alternatieve trainingsvormen bestaande uit zwemmen, fietsen of aquajoggen. Het is belangrijk een analyse uit te voeren van het voettype, het looppatroon en het gebruikte schoeisel. Indien nodig dient correctie van het voetgewelf plaats te vinden via goede sportsteunzolen.

Preventie

De keuze van loopschoenen is essentieel voor hardlopers. De schoen moet voldoende schokdemping en stabiliteit geven maar moet ook passen bij de voetafwikkeling (bv. overmatige pronatie), het voettype en het gewicht van de atleet. Bij analyse blijkt vaak dat het schoeisel niet aan deze eisen voldoet of dat het te oud is. Als richtlijn geldt dat na 1000km de loopschoenen moeten vervangen worden. Voor beginnende lopers geldt dat een gedoseerde trainingsopbouw veel klachten kan voorkomen.