Loopblessures

Loperslies

Voor vele mensen is een loperslies een nieuwe term, maar de hier beschreven blessure is voor hardlopers vaak goed bekend.

Bij liesklachten wordt meestal gedacht dat de spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen, de adductoren, de oorzaak vormen van pijn in de lies. Voor voetballers gaat deze gedachte wel op, omdat de spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen door draaibewegingen, zijdelings afzetten voor een sprint en het schieten van de bal met de binnenzijde van het been nogal eens overbelast raken. Bij hardlopen worden vooral voorwaartse bewegingen met daarbij het heffen van het bovenbeen gedaan. De psoas is de spier die voor deze bewegingen wordt gebruikt. De psoas ontspringt aan de voorzijde van de onderste lendenwervels en hecht vast aan de binnenzijde van het bovenbeen. De spier scheurt eigenlijk nooit, maar bij irritatie kan verhoogde spierspanning de spier ontstaan. De pijn is aan de voorzijde van de lies gelokaliseerd en is hardnekkig wanneer er geen therapiemaatregelen worden getroffen.

Symptomen

De klachten aan de voorzijde van de lies bij hardlopers ontstaan vaak door een grotere paslengte, een heuvelparcours en trainen bij vermoeidheid. Er is meestal geen acuut begin, maar de klachten treden langzamerhand op en zijn zeurend van karakter. In het dagelijkse leven is opstaan uit de zithouding, traplopen en een grotere pas bij wandelen gevoelig met een knellend gevoel in de lies bij vooroverbuigen. Er is geen stijfheid, roodheid of zwelling aanwezig, wel kunnen er ook lage rugklachten bij voorkomen. Hoesten en niezen is niet pijnlijk, zoals bij een liesbreuk wel optreedt. Bij de uitgevoerde bewegingen zijn spreidbewegingen van de bovenbenen goed mogelijk, maar het volledig buigen van de bovenbenen veroorzaakt een pijnlijk, knellend gevoel in de liesstreek. Door de verhoogde spierspanning trekt de onderrug vaak hol.

Therapie

De training zal qua paslengte, duur en intensiteit moeten worden aangepast. Rekkingsoefeningen voor de psoas moeten dagelijks worden uitgevoerd, waarbij de technische uitvoering van belang is, de rug moet namelijk niet worden holgetrokken. Bij de rekkingsoefeningen, waarbij het bovenbeen maximaal gebogen wordt, kan een knellend gevoel in de lies optreden. Training is wel mogelijk, maar men moet wel rekening houden met de pijnklachten, dus minder omvang en paslengte en skippings vermijden. Behandeling is niet gemakkelijk, omdat het grootste deel van de psoasspier diep in het bekken achter de buikorganen ligt. Besef dat deze liesspier samenwerkt met de lage rugspieren, buikspieren en bilspieren, dus een goede stabiliteit en lenigheid van de bekken- en rompspieren is van belang.